Kai Reus zag de top en de onderkant: ’Voor iemand van 40 heb ik aardig wat klappen gehad’

Almere- Kai Reus is terug in het wielrennen. Hij wordt ploegleider bij JEGG Skil – De Jonge Renner. Zo keert hij na bijna tien jaar afwezigheid terug in de sport waarin hij eerst als megatalent doorbrak en vervolgens na tal van grote tegenslagen al op 31-jarige leeftijd afscheid nam.

door: TheoBrinkman

De Telegraaf| 16:01 uur | 24 december 2025

Je wordt ploegleider bij De Jonge Renner. Kennen die renners jou? Weten ze wat jij vroeger gepresteerd hebt?

,,Hm, geen idee eigenlijk. Ze waren zo’n beetje net geboren toen ik wereldkampioen werd. We gaan in februari op trainingskamp, dus dan ga ik maar een quizje organiseren, denk ik. Dat vond ik als renner altijd leuk, als dat gedaan werd.’’

Moeten renners een beetje historisch besef hebben?

,,Nou, ze moeten niks, maar zelf was ik altijd wel geïnteresseerd in de geschiedenis van mijn sport. Ik ben ook wel benieuwd of ze bijvoorbeeld Miguel Indurain (vijfvoudig Tourwinnaar in de jaren negentig, red.) kennen. Ik zou zeggen van wel, maar ik weet het niet. Die telefoons tegenwoordig… Ik denk weleens ’gooi die telefoon toch eens aan de kant, er zijn zoveel mooiere dingen in het leven dan op je telefoon te kijken’.’’

Hamilton, Canada, 2003: Kai Reus gaat solo over de streep bij het WK junioren. © ANP/Vincent Jannink

Kai Reus (40) werd in 2003 wereldkampioen wielrennen bij de junioren. In de jaren daarvoor was hij vooral schaatser, maar eenmaal op de fiets bleek hij een megatalent. Hij won de ene koers na de andere, werd in 2006 Nederlands kampioen (op de weg én op de tijdrit) bij de beloften en in datzelfde jaar werd hij prof in de fameuze Rabobankploeg.

Op de dag van het interview, bij Reus thuis in Almere, hangt die regenboogtrui uit 2003 over een stoel. Da’s toeval, zegt ’ie min of meer verontschuldigend. Er moet een nieuwe lijst omheen. Hij is sowieso in een uitzoekbui. Er liggen ook elpees op de stoel en op tafel. The Beatles, Red Hot Chili Peppers, Tupac, Queens of the Stone Age.

Hans Middelveld

Te midden van die spullen begint Reus uit zichzelf te vertellen over de eerder dit jaar overleden Hans Middelveld (80), een wielerman met wie hij een hechte band had. Middelveld had een gigantisch wielerarchief waar de jonge Kai graag in zat te struinen. Daarnaast was Middelveld jarenlang op zijn scooter ’gangmaker’ tijdens trainingsritten van Reus.

December 2007: Kai Reus geeft een persconferentie om een toelichting te geven op zijn revalidatie na zijn val in die zomer. © Foto ANP/Marco de Swart

,,Zijn overlijden heeft heel veel pijn gedaan en ik heb het er nog steeds wel moeilijk mee. We hebben mooie jaren gehad, veel meegemaakt en veel gedeeld, lief en leed. Hij was een soort vertrouwensman voor me. Ik vind het best lastig om het erover te hebben, merk ik. Het is toch weer een tijdperk dat ik afsluit’’, zegt Reus. ,,Trouwens, indirect komt het ook door Hans dat ik nu ploegleider ben geworden.’’

Hoezo? Wat heeft hij ermee te maken?

,,Ik had het er met hem weleens over. Jaren geleden al. Hij zei dat dat wat voor mij was, ploegleider worden. Daar was ik het wel mee eens, maar ik vond dat ik nog tijd nodig had. Tijd om dingen een plaats te geven, tijd om sporter-af te zijn. Tijd om er te zijn voor de kinderen die nog heel jong waren.’’

En nu was de tijd er rijp voor?

,,Nou, toen Hans in maart aangaf dat het niet goed met hem ging, was ik er al meer over aan het nadenken en ik was ook in gesprek met mensen in het wielrennen. Met Hans ging het heel snel, hij overleed in juni. Ik denk dat hij me daarna van boven een knikje heeft gegeven: zo van ’doe het nou maar, begin nou maar als ploegleider’. Anders was ik er pas over twee jaar aan begonnen, zeg ik heel eerlijk.’’

Je bent in 2016, na veel tegenslagen, gestopt als wielrenner. Wat heb je in de jaren daarna gedaan?

,,Ik heb in de luwte een aantal sporters begeleid, schaatsers en wielrenners, en heb daarbij veel geleerd van trainer Kosta Poltavets. Ook heb ik wat geholpen bij wielervereniging West Frisia, waar ik veel kon sparren met hun ploegleider Tino Haakman. Daarnaast heb ik de studie Bedrijfskunde Sportmanagement gedaan. Ik sluit niet uit dat ik nog eens een andere studie ga oppakken. En volgend jaar wil ik mijn WorldTour-licentie als ploegleider behalen. Ik heb sowieso de ambitie om verder door te groeien binnen een wielerploeg, bijvoorbeeld in de rol van technisch directeur.’’

Over die afgelopen jaren: je hebt ook nog een tijd getraind voor een werelduurrecordpoging?

,,Ja, rond 2018 stelde Albert de Jong, een zakenman met wie ik bevriend ben, voor dat ik het werelduurrecord moest gaan aanvallen. Daar heb ik toen ja op gezegd en dat werd een heel mooi project, we waren druk met alle voorbereidingen. Trainingen, testen, enzovoort. Er kwam alleen abrupt een einde aan door de coronapandemie. Door alle beperkingen in die tijd moesten we de stekker eruit trekken. Daar ben ik toen echt kapot van geweest. Het was eigenlijk mijn tweede afscheid. Ik moest voor de tweede keer zeggen dat het voorbij was. Toen was het echt klaar klaar, zeg maar. En dat in een periode van lockdowns en zo, ja, dat was heel pittig.’’

Reus, opgegroeid in het Noord-Hollandse Winkel, woont inmiddels ruim tien jaar in Almere. Helemaal in het noorden van de stad, tegen natuurgebied de Oostvaardersplassen aan. Hij vertelt hoe prachtig de omgeving is. Hij kende Flevoland niet, maar hij geniet er volop. Hij is een buitenmens, gaat er graag op uit. En dan is de afwisseling in Flevoland mooi. Zoveel bos had hij vroeger in zijn jeugd niet, in de kop van Noord-Holland.

Kai Reus tijdens de tijdrit op het WK beloften van 2005. © ANP/AFP/Javier Soriano

In die tijd, dik twintig jaar geleden, was Reus een van de grootste Nederlandse wielertalenten. Na al zijn successen bij de junioren en beloften was het logisch dat hij prof bij de Rabobank werd. Reus kon eigenlijk alles: klimmen, tijdrijden, rap aankomen. Een grote toekomst lag voor hem.

Een val tijdens een trainingsrit in juli 2007 veranderde alles. Hij lag elf dagen in coma, keerde na een lange revalidatie terug in het peloton, maar zijn carrière kende daarna weinig ups en vooral veel downs. Fysiek kwam hij er behoorlijk bovenop. Maar mentaal, dat was een ander verhaal. Er was een Kai Reus van voor die val in juli 2007 en een Kai Reus van daarna. ,,Ik heb soms het idee dat ik een totaal andere persoon ben geworden na die val. Dat is ook niet zo gek, als je de dood in de ogen hebt gekeken’’, zei hij enkele jaren daarna.

Na zo veel tegenslagen had je ook kunnen zeggen ’voor mij geen wielrennen meer’?

,,Ja, maar daarvoor vind ik de sport te mooi. En toen ik die oriënterende gesprekken voerde, zeiden veel mensen tegen me ’je hebt de top gezien, maar ook de onderkant. Dat is belangrijke ervaring die je meeneemt’. En inderdaad, voor iemand van veertig jaar heb ik aardig wat klappen gehad. Ik denk dat ik daardoor goed kan anticiperen op bepaalde situaties en dat ik renners daarin goed kan begeleiden. Maar goed, er gaan heel wat jaren overheen voordat je echt een goede ploegleider bent, hoor. Ik ga bij De Jonge Renner aan de slag, maar ik kan wel zeggen dat ik zelf De Jonge Ploegleider ben.’’

Waarom denk je een goede ploegleider te kunnen worden?

,,Bij de sporters die ik heb begeleid, merkte ik dat ze dingen van me aannamen, dat ik dingen goed kan uitleggen. Ik denk dat ik er feeling voor heb. Ik heb vroeger nog Erik Dekker als ploegleider gehad, maar toen wist ik al ’zo wil ik het niet doen’. Meteen nadat hij stopte als renner, werd hij ploegleider. Hij was nog te veel renner. Dat werkte voor mij niet.’’

Over die tijd gesproken: de ploeg van de Rabobank of de ploeg van De Jonge Renner, dat is nogal een contrast. Hoe ga je daarmee om?

,,Ja, ik merk nu al dat ik soms even een paar stappen te snel ga. Destijds bij Rabobank kon bijna alles, geld was eigenlijk nooit een probleem. Dat is natuurlijk niet te vergelijken met deze ploeg. De Jonge Renner is een geweldige ploeg, het is allemaal heel goed georganiseerd, maar of je bij AZ zit of bij FC Volendam, dat is een wereld van verschil qua budget. Wat dat betreft heb ik veel aan mijn tijd bij Veranda Willems gehad. Met een relatief klein budget haalden ze daar het maximale uit de renners. Daar heb ik veel van opgestoken. Dat je door creatief te zijn soms hetzelfde kunt bereiken.’’

Als ze creatief willen zijn en kosten willen besparen, kun je ook nog buschauffeur van de ploeg worden?

,,Hahaha, nou, De Jonger Renner heeft geen bus en doet het voorlopig met een camper, maar ik heb inderdaad mijn papieren, ja. Ik ben in 2017 een jaartje buschauffeur geweest op een lijn tussen Schiphol, Amsterdam en Haarlem.’’

Hoe kwam je zo op dat idee om buschauffeur te worden?

,,Dat wilde ik afvinken. In mijn tijd als wielrenner zat ik in de bus vaak ver voorin, vlak bij de chauffeur. Ik zat vaak met hem mee te kijken, ik vond het mooi om te zien hoe de chauffeur zo’n grote bus door smalle straatjes stuurde, hoe hij manoeuvreerde op volle parkeerplaatsen. Indrukwekkend. Dat wilde ik ook kunnen. Voor de gein zei ik altijd ’als ik stop met wielrennen, ga ik dat rijbewijs halen en ga ik in Amsterdam rondrijden’. Nou, dat heb ik gedaan.’’

Met een knipoog: ,,Dus als ik later bij een WorldTour-ploeg werk, zou ik inderdaad als buschauffeur kunnen bijspringen als de nood aan de man is.’’

Dit artikel van wielerjournalist  Theo Brinkman is overgenomen uit  De Telegraaf (24-12-25) en is ook gepubliceerd in het Noord-Hollands Dagblad (27-12-2025). Theo Brinkman is journalist en sportverslaggever bij het Noord-Hollands Dagblad. U kunt beide artikelen downloaden door op De Telegraaf of het Noord-Hollands Dagblad te klikken.